Het vuur van Joy en Splinter

Tekst Rick van Veluw
Fotografie Lin Woldendorp
Visagie Niki Vos

Dit jaar zou hun jaar worden, maar corona strooide zand in de raketmotor: gelukkig kunnen Joy Delima (25) en Splinter Chabot (24) nog lachen. In het Amsterdamse Bos worden de schouders opgehaald over wat had kunnen zijn en praten we over verdwalen in een bos en De Ander zijn. ‘Ik verlang naar een groep die mij helemaal omarmt.’ 

Het is ruim 30 graden en Splinter Chabot geeft toe dat hij het –  gekleed in fleurig pak – niet ‘heel koud’ heeft. We branden weg op een anderhalvemeterterras, maar daar hoor je oer-positivo Splinter niet over klagen. Hij zit ook nog wel een beetje op een roze wolk: zijn autobiografische roman Confettiregen over zijn coming out werd goed ontvangen en maakte veel indruk. Voor Joy Delima geldt hetzelfde: ze heeft net een serie van haar solovoorstelling Stamboom Monologen afgerond en treedt in augustus toe tot het prestigieuze Internationaal Theater Amsterdam (ITA). En allebei waren ze veelvuldig terug te zien in ‘zij gaan het maken in 2020’-lijstjes. En toen, toen kwam corona. 

Splinter, in jouw bio op Instagram staat: ‘het leven is een bos, raak erin gecontroleerd verdwaald’.

Splinter: Ja. Want je kunt niet alles plannen. En het wordt ook helemaal niet leuk als je zo naar het leven kijkt. Kijk naar de coronatijd waarin we zitten. Je bent in dat bos en soms is een hoofdpad een zijpad of andersom. En soms zie je een mooie bloem of boom en moet je daar voor gaan. Duik er in, ga kopje onder en kijk maar hoe dat bevalt. Zo is Confettiregen ook ontstaan. Anderhalf jaar geleden was ik helemaal niet van plan te gaan schrijven. En toen ik eenmaal een boekcontract had getekend, ging dat ook anders dan verwacht.’ 

Want je uitgangspunt was het schrijven van een politiek pamflet toch?

Splinter: ‘Sterker nog, dat stond in het contract dat ik getekend had. Iets van honderd pagina’s, luchtig en kort, over klimaatverandering en de Europese Unie vanuit een jong perspectief. Maar toen ik ging tikken, kwam alleen dit verhaal eruit. De vrijheid jezelf kunnen zijn, dat vind ik politiek gezien het grootste thema. En dat ik dat nog steeds niet kan. Dat was eigenlijk een hoofdstukje in dat pamflet, maar toen ik begon met tikken kwam er heel veel meer terug. Dus ben ik doorgegaan. Dat was heel heftig en persoonlijk. Ik werd opnieuw verliefd, opnieuw gekwetst, opnieuw onzeker. Ik schreef hele dagen, op mijn kamer met een grote zandloper die langzaam leegliep. Alleen voor een wandelingetje naar de Albert Heijn ging ik naar buiten.’ 

 

Joy: ‘Had je goede coaching vanuit je uitgeverij?’ 

 

Splinter: ‘Ja, maar omdat het zo persoonlijk was, durfde ik geen stukjes op te sturen. Ik wilde dat ze het totale beeld zouden zien, niet een paar streken van een schilderij. Dus heb ik doorgewerkt en in één keer een heel ding opgestuurd. Daar is Sladjana van mijn uitgeverij een heel weekend zoet mee geweest.’ 

Jij schrijft ook toch, Joy?

Joy: Ja klopt. Maar om te zeggen dat ik schrijver ben… ja, dat ben ik wel. Het staat ook in mijn Tinder-profiel. En ik heb natuurlijk een solovoorstelling geschreven. Alleen schrijven is ook wel zo van: ik heb plannen om te schrijven, maar dat ben ik nu niet aan het doen.’ 

Dus als ik jou vraag naar je schrijversschap, dan zeg je….

Joy: Under construction, haha. Ik was benaderd door een uitgever om Stamboom Monologen te bewerken in boekvorm. Maar dat wilde ik niet.’ 

 

Splinter: ‘Oh, waarom niet?’ 

 

Joy: ‘Ik heb het al geschreven en het is sterker op de vloer. Ik voelde ook dat ik geen inspiratie kreeg van wéér dat verhaal vertellen. Ik wil dat er iets gaat branden in mij als ik schrijf. En dat heb ik met Stamboom Monologen al gehad, dat vuur. Ik wil nu over seksualiteit schrijven en vrouwelijke orgasmes en taboes. Daar heb ik veel over te zeggen en dat vind ik belangrijk.’ 

Joy Delima (1994) is actrice en schrijver. Ze studeerde aan de Toneelschool in Arnhem en werd voor haar rol in de voorstelling Onze Straat genomineerd voor de prestigieuze theaterprijs Colombina. Ze speelt nu haar solovoorstelling Stamboom Monologen over racisme en afkomst en treedt per augustus toe tot Internationaal Theater Amsterdam (ITA).

Na de zomer start Joy aan een nieuwe serie Stamboom Monologen in de Stadsschouwburg Amsterdam.

Woke worden

Dat vuurtje waardoor je Stamboom Monologen schreef, hoe ontstond dat?

Joy: ‘Op de Toneelschool in Arnhem kwam ik er achter dat ik pas de tweede zwarte vrouw daar was die zou afstuderen. Die toneelschool bestaat zestig jaar. Daar schrok ik van. Alle voorstellingen die ik zag, waren met witte acteurs en een wit publiek. In m’n tweede jaar dacht ik: ‘waarom ga ik dan nog spelen, als ik nergens aan de slag kan?’ Ik zag mensen als ik nergens terug.’ 

 

Splinter: ‘Ik las een interview met jou in Trouw, dat mensen je ook dingen vroegen waar je geen antwoord op had?’ 

 

Joy: ‘Ja. Moet ik dat dan weten omdat ik zwart ben? Ik moet het ook gewoon opzoeken, je wordt niet geboren met antwoorden. Daar wilde ik iets over maken met mijn afstuderen. Ik deed een DNA-test, ik had de behoefte daar een antwoord in te vinden. Wat is mijn identiteit dan, wat betekent zwart zijn, waar kom ik vandaan? Via mijn vaders stamboom – hij is van Curaçao, mijn moeder is Surinaams – bleek dat ik 11 etniciteiten uit 4 continenten in me draag. Die DNA-test leverde dus geen definitief antwoord op. Maar wel dat ik wist: ik ben Joy en ik ben zoekende. En ik blijf altijd op zoek. In Stamboom Monologen zie je sketches met versies van mezelf en andere mensen. Het gaat over racisme, seksisme, mijn proces van woke worden en dat ik nog steeds aan het leren ben.’ 

Het moeilijke van al die etniciteiten, is dat je je nergens écht thuisvoelt. Ik ben in Nederland geboren, maar er wordt nog te vaak gezegd: ‘ga terug naar je eigen land!’ Waar dan? Hier heb je mijn stamboom. Veel succes. Er is elke dag wel iets anders waar ik me thuis voel. Dat kan een persoon zijn, een café, iets in mezelf. Ik ben er altijd naar op zoek. Ik verlang naar een groep die me echt helemaal omarmt. Ik blijf hier toch altijd de ander.’

Roze sokken

Splinter: Dat anders-zijn, ik denk dat daar wel een raakvlak tussen ons zit. In mijn boek heb ik het over gekozen anders zijn of gedwongen anders zijn. Je kunt kiezen voor een bepaald beroep of het spelen van een bepaald instrument, maar niet je geaardheid, je huidskleur, of je je mannelijk of vrouwelijk gedraagt. Daar zitten natuurlijk verschillende gradaties in, hoe heftig dat gedwongen anders zijn is. In mijn geval is dat dan mijn geaardheid.’ 

‘Ik herken wat je zegt over je thuis voelen. In een willekeurig dorp ga ik minder snel met een gekleurd pak en roze sokken over straat. En op sommige plekken houd ik mijn ringen achterwege, want het lokt soms toch een vervelende reactie uit. Je voelt je minder prettig in dat onzichtbare. Dat vind ik mooi aan je voorstelling, dat je laat zien dat identiteit bestaat uit allerlei mozaïekjes, maar sommige mensen altijd datzelfde stukje mozaïek eruit lichten.’ 

 

Joy: ‘Vind jij het ook niet jammer dat een deeltje van je identiteit wordt uitgelicht en er daarom geen ruimte is om over iets anders te praten of schrijven? Ik heb soms het idee: ‘moet ik nu alweer?’ Ik ben als mens zoveel meer dan mijn kleur. Kijk, ik doe het graag, erover praten, anders gebeurt het gewoon niet. Ik vind het goed en belangrijk, maar ik ga er niet mijn hele leven over schrijven.’ 

 

Splinter: ‘Nee precies, je wilt niet teruggebracht worden tot dat ene aspect. Je zit in de media al snel in een kaartenbakje. Een tijdje terug had ik een interview over mode en vroeg de journalist me: ‘jouw voorliefde voor mode, komt dat dan ook door jouw homoseksualiteit?’ Pffff, dan wordt alles wat je interessant vindt teruggebracht tot mijn geaardheid. Dat is heel vervelend. Daarom twijfelde ik ook over het schrijven van Confettiregen. Maar ik heb het gedaan voor die 11-jarige, 12-jarige Splinter. Als ik nu dan hoor dat er jongeren naar hun ouders stappen met mijn boek en zeggen: ‘lees dit, dan begrijp je me’, dan word ik daar emotioneel van.’ 

 

Joy: Daarom ben ik zo voor het schrijven van nieuwe belangrijke verhalen die er toe doen, die een weerspiegeling van onze maatschappij zijn. Ik schreef bijvoorbeeld mijn scriptie over colour consciousness in plaats van colour blindness tijdens het casten van rollen in de theaterwereld. Dus kleurbewust zijn in plaats van kleurenblind. Als ik een rol krijg voor een personage dat Jantine van der Poel heet, dan zou ik graag zien dat die rol een andere naam krijgt die bij me past. Dan zien mensen van kleur in de zaal zich ook realistisch gepresenteerd. Als ik een Jantine van der Poel ben, is dat niet realistisch: ik ken niemand van kleur die zo zou kunnen heten. Rollen hoeven niet over kleur te gaan om kleurbewust zijn. 

 

Splinter: ‘Precies. Het is dan jouw verhaal, maar ook het verhaal van iemand anders.’ 

 

Joy: ‘Degene die het tot zich neemt, vervormt het weer tot zijn of haar eigen visie.’

 

Splinter: ‘In mijn geval zijn het heel veel confettiregens in de hoofden van anderen. Alsof je de stekker in het stopcontact steekt: het blijft stromen.’

Wil je meer van het Bostheater zien? Deze hele zomer zie je er voorstellingen van theatergezelschap Orkater!

Splinter Chabot (1996) is schrijver en presentator. Van 2017 tot 2019 was hij voorzitter van de JOVD, de jongerentak van de VVD. In maart dit jaar debuteerde hij met Confettiregen, een autobiografische roman over zijn coming out. Ook is hij radiopresentator bij NPO Radio 1. Splinter brengt dit jaar nog een tweede boek uit: Roze Brieven, een bundeling van verhalen uit de roze gemeenschap.

Splinter is bezig met een nieuw boek: Roze Brieven, met persoonlijke verhalen uit de roze gemeenschap en reacties op Confettiregen.
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Verder

Verder lezen