C. Magazine – het allereerste online C. Magazine! – CJP

De eerste keer. Dat leek ons wel een passend thema voor dit allereerste online C. Magazine. Want de eerste keer is spannend, gek of geweldig. Of je nu je eerste opera ziet of de eerste keer een festivalweekend doet. Het maakt impact. Dit magazine hopelijk ook: veel plezier met lezen.

01

de eerste keer van Jade olieberg & Glodi lugungu

Het is haar eerste Netflix-serie en zijn eerste avondvullende voorstelling. Met het enige verschil dat Jade Olieberg (26) de opnames allang achter de rug heeft en Glodi Lugungu (27) pas zijn première beleeft in oktober. ‘Jij bent op een punt waar ik nog niet ben’.

Tekst Rick van Veluw Fotografie Lin Woldendorp

Jade Olieberg (26) is actrice en speelt de hoofdrol in de eerste volledig Nederlandse Netflix-serie Ares, die in 190(!) landen te zien is. Al vanaf haar dertiende acteert Jade in films en later ook in series en theatervoorstellingen. Zo speelde ze in de film Hoe overleef ik mezelf?, NPO3-serie Anne+ en is ze binnenkort te zien in theatervoorstelling Laura H.

De hoofdrol spelen in een Netflix-serie is precies zo’n groot ding als het klinkt. Jade Olieberg serveert de ene na de andere smakelijke anekdote terwijl ze in de visagie zit voor de C. Magazine-shoot. Over het mailtje van Scientology dat ze vanochtend kreeg (‘of ik nog een keer cappuccino kom drinken’), Insta-DM’s van de Amerikaanse rapper Trippie Redd (‘iemand zei me ineens: hé, Trippie Redd volgt je’) en de voorbereiding op haar rol (‘ik heb mensen zien opengesneden worden’). Dan valt Glodi Lugungu binnen, netjes een halfuur te vroeg, dat terwijl hij ‘echt geen ochtendmens is’. Hij is in zijn nopjes: de eerste twee try-outs van zijn voorstelling Ze bedoelen het goed gingen ‘hartstikke goed’. ‘Het verbaasde me én beangstigde me dat de tweede alweer zo veel beter was dan de eerste keer’.

 

Wat was de eerste keer dat je zelf geraakt werd door iets cultureels?

Jade: ‘Dat was Branden van het Ro Theater. Fania Sorel speelt in die voorstelling een getraumatiseerde moeder met twee kinderen in een oorlog in het Midden-Oosten. Ik speelde toen zelf in de jongerenvoorstelling van Branden en had Fania ook ontmoet. Een doodnormaal mens, maar in de voorstelling transformeerde ze in een sterke oervrouw. Het overviel me zo! En ik wilde het zelf ook kunnen. Als je zoiets bij mensen kan bewegen, dat is haast religieus. Ik zie die ervaring als mijn theaterbekering.’

 

Glodi: ‘Ik heb heel lang een angst gehad voor theaters. Ik ging ooit naar De Vliegende Panters met mijn schoolklas. In die voorstelling zat het Hitlerlied. Ik zat daar als enige donkere jongen en zag die zaal transformeren in een nazi-bijeenkomst. Dat was eng en ik snapte er niets van. Waarom zou je die grens op zoeken zonder reden? Thuis keken we Zoba Zoba, een Congolese comedy over een Congolese vrouw die voor een rijke familie werkt. Het mooie van die serie was: zij had niks, wij hadden niks. Zij haalde daar de fun uit en dat was herkenbaar. Toen besefte ik me dat comedy ook iets voor mij kon zijn: als ik de fun kan halen uit alles wat ik heb meegemaakt, dan kan ik op het podium staan.’

Glodi Lugungu (27) is cabaretier en werd door De Volkskrant uitgeroepen tot ‘het comedytalent van 2020’. Zijn familie vluchtte toen hij klein was van DR Congo naar Nederland en Glodi groeide op in het Brabantse Dommelen. Hij was een veelbelovend voetballer, maar een nog beter comedian: in 2018 won Glodi zowel de publieks- als juryprijs op het Amsterdams Kleinkunst Festival en dit jaar debuteert hij met de avondvullende voorstelling Ze bedoelen het goed.

Wat was de eerste keer dat je dacht: dit kan ik?

Glodi: ‘Ik had dat pas heel laat. Mijn droom was architect worden. Ik ben ook afgestudeerd. Maar toen pushten vrienden me om comedy te doen. Na het winnen van AKF (het Amsterdams Kleinkunst Festival), twijfelde ik nog steeds. Ik heb altijd de angst dat mensen om me heen het nog kunnen afpakken. Wat ik miste was een toezegging van de juiste persoon. En dat was… mijn moeder.’

Jade: ‘Ah, da’s lief.’

Glodi: ‘Ze wou niet eens komen kijken, maar haar baas had haar uitgenodigd. Ze zaten op de eerste rij. Ik was dood- en doodnerveus. Toen deed ik mijn materiaal en zij en haar baas gingen helemaal stuk. Toen dacht ik: dit gaan we doen. Die zege van mijn moeder gaf me rust.’

 

Hoe was dat voor jou Jade?

Jade: ‘Bij mij klikte het toen ik werd afgewezen voor de toneelschool. Die vooroordelen over ‘speel een ei’ of ‘nu ben je een boom’ waren helaas waar bij mijn auditie. Ik was zeventien en sloeg helemaal dicht. Het moment dat ik werd afgewezen deed pijn. Toen wist ik: als het zoveel pijn doet, dan wil ik dit dus écht. Vanaf dat moment heb ik er keihard voor gewerkt.’

 

Wat was de eerste keer dat je advies vroeg aan een collega? Ik zie op je Insta alleen maar collega-comedians langskomen, Glodi.

Glodi: ‘Martijn Koning heeft me enorm geholpen. Hij stelde me voor bij Comedytrain en is mijn mentor geweest. Ik luister veel naar motivational speakers en één daarvan, Les Brown, zegt: ‘omsingel je met mensen die je wil zijn’. Martijn is op een van de hoogste niveaus in comedy, als ik maar iets van hem meekrijg, is dat al veel meer dan mijn generatiegenoten. Ik heb dat soort gesprekken ook gehad met Brigitte Kaandorp en Theo Maassen. Ik voetbalde vroeger veel en daar heb ik geleerd dat je je sneller ontwikkelt als je tegen iemand speelt die groter en beter is.’

Is Ares de eerste keer dat je je zo hebt voorbereid op een rol, Jade?

Jade: ‘Ik ben niet volledig method gegaan, maar heb me wel anders voorbereid dan anders. Ik kocht schoenen om een ander loopje te ontwikkelen. Ik ging undercover langs bij de Scientology om te zien of ik vatbaar zou kunnen zijn voor zo’n genootschap. Ik ben in een snijkamer geweest waar lijken werden opengesneden om te voelen hoe het is als geneeskunde-student. Veel met Tobias (Kersloot, tegenspeler in Ares, red.) afgesproken ook. We kenden elkaar al langer, maar we hebben geïnvesteerd in onze vriendschap om ons op de set helemaal comfortabel te voelen. Het is een enorme luxe dat ik dit heb kunnen doen. Het echte method acting vind ik riskant. Ik zou in een rol als alcoholist niet dronken op de set willen staan. Je moet wel de controle houden.’

 

Is dit de eerste keer dat er zóveel op jullie afkomt, als grote beloftes voor 2020?

Jade: Ares is het tofste dat ik ooit heb gedaan en ik ben er enorm dankbaar voor. Tegelijkertijd heb ik meer dan ooit geleerd mijn grenzen aan te geven. Na Ares ben ik gelijk doorgegaan met werken, eigenlijk boven mijn kunnen. Dat ik in de Kruidvat liep en al overprikkeld raakte. Nu let ik beter op mezelf, ik ben volwassener geworden.’

Glodi: ‘Jij bent op een punt waar ik nog niet ben: mijn voorstelling moet nog af. Ik voel op dit moment alleen druk voor de show. Ik houd me niet bezig met alles wat verder op me afkomt. Leuk dat ik bij DWDD mag langskomen, maar ik doe geen comedy om tafelheer te zijn. Ik wil gewoon een hele goede voorstelling maken. Na twee try-outs weet ik dat het nog veel beter kan.’

Ares zie je nu op Netflix. Binnenkort zie je Jade ook shinen in theatervoorstelling Laura H. van Toneelgroep Oostpool. Glodi is druk aan het try-outen met zijn voorstelling Ze bedoelen het goed in theaters door heel Nederland. Wil jij net als Jade & Glodi ook in een borstenballenbak duiken? Je vindt ‘m in de expo What a Genderful World in het Tropenmuseum, waar je alles leert over gender (en met CJP € 7,- korting scoort).

02

Voor en Na de eerste keer

Wat doet een film, kunstwerk of voorstelling met je? Als wetenschappelijk instituut CJP stuurden we er vier CJP’ers op uit om wat te beleven. En we legden ze vast, voor én na hun belevenissen.

Tekst Rick van Veluw Fotografie Naomi Noltes

Keanu ging naar audiovisueel spektakel Skalar in de gashouder amsterdam

‘Ik ben een nachtmens. Ik geniet van het donker en houd van de stilte. Daarom vond ik Skalar zo chill. Het was binnen mistig en pikdonker. Af en toe zag ik een laserlampje. Er klonk ambient-muziek en er kwamen steeds meer lampjes en lichtjes bij. Heel mooi, heel rustgevend.’

Ilin zag de film Charlie's Angels in Kinepolis' MX4D

‘Ik haat 3D vanwege de brillen, maar MX4D vond ik echt heel leuk. De stoel waarop je zit beweegt mee met scènes in de film. We zagen Charlie’s Angels en bij een gevecht voelde ik kleine duwtjes in mijn rug en een tikje op mijn hoofd. Bij een scène waarin geschoten wordt, zag ik lichtflitsen door de zaal vliegen. Of er veel mensen gillen? Ik heb eigenlijk alleen mezelf horen gillen.’

Thijs ging naar de voorstelling Shake, Shake, Shake in Theater Bellevue

‘Toen ik binnenkwam, ging ik lekker zitten, gewoon ontspannen. Tijdens de voorstelling merkte ik dat ik steeds scherper en enthousiaster werd. Er waren zes spelers die muziek maakten en dansten. Alles liep vloeiend in elkaar over. Zo liep ik met heel veel energie de zaal weer uit én had ik na afloop nog goede gesprekken over de voorstelling. Zo gaaf!’

Rachel liep een rondje door Youseum

‘Ik ben zelf niet super actief op Instagram. Af en toe post ik wat als ik iets leuks heb gedaan. In Youseum kon je overal de perfecte foto maken: er was een ruimte met nepgeld, tv’s waar je jezelf op terugzag, een ballenbad. Ik weet niet echt wat je hiervan moet leren, maar ik heb wel leuke foto’s gemaakt.’

03

de eerste (leuke) grap van alex Ploeg

Tekst Alex Ploeg Fotografie Diederick Bulstra

De eerste keer stand-up comedy doen is als de eerste keer seks: het is gênant en er wordt weinig gelachen.

Mijn eerste optreden was bij het open podium van Crea in Amsterdam. Ik was begin twintig en eerder die week was ik gedumpt door mijn eerste serieuze relatie. Laten we haar voor het gemak ‘Sanne’ noemen. Ook omdat dit haar naam was. Sanne had me op een grijze maandag in oktober meegenomen voor een dramatische wandeling langs het strand bij Zandvoort. Dat had eigenlijk al wel een signaal moeten zijn; ‘Hee ik moet je wat vertellen, maar laten we eerst in onheilspellende stilte langs de zee lopen’. Na een chocomel en een portie kibbeling maakte ze het uit. Ik heb een tijdje liggen janken in een duinpan en toen zijn we samen met de trein weer naar huis gegaan.

 

Onze eerste date was ruim twee jaar daarvoor op een woensdagavond in Amsterdam. We gingen naar comedyclub Toomler, het thuishonk van Comedytrain. Waar al mijn helden ooit hún eerste comedystapjes hadden gezet. Gek genoeg was het haar idee geweest om daarheen te gaan voor onze date. Zij kende via-via één of andere wannabe die onlangs Comedytrain-lid was geworden. Hij heette Peter Pannekoek. ‘Wat een overdreven artiestennaam’, dacht ik toen. En dat denk ik nog steeds.

 

Toomler is de perfecte plek voor een eerste date. Er is drank en je hoeft niet te praten. Bovendien kun je peilen of de ander een goed gevoel voor humor heeft. Lach je smakelijk om dezelfde holocaustgrappen? Dan is het een blijvertje! Ik was gebiologeerd door de comedians. Het publiek lachte veel en hard. En op de momenten dat zij niet lachten, lachten de comedians achterin juist heel hard. Ik weet nog dat ik de gedachte had: ‘Volgens mij ben ik ook zo’n gast.’ Ik voelde het aan mijn water: Ik wil dit. Ik ga dit doen. Nooit was ik van iets zo zeker: ik word comedian en lid van Comedytrain! Vervolgens heb ik twee jaar lang niks gedaan met comedy.

 

Het is te makkelijk om het angst te noemen. Het was namelijk ook een misplaatste arrogantie. Ik had een ideaalbeeld in mijn hoofd dat áls ik eenmaal zou beginnen, de comedywereld ook nooit meer hetzelfde zou zijn. Ik wilde onmiddellijk perfect zijn. Helemaal af. Daadwerkelijk optreden en wellicht op mijn bek gaan zou dit ideaalbeeld aan diggelen slaan. Dus twee jaar lang trad ik niet op en was ik de beste comedian ter wereld.

 

Tot Sanne besloot me in Zandvoort te trakteren op kibbeling en eenzaamheid. Radeloos schreef ik me in voor een open podium en tot mijn schrik kon ik die donderdag al terecht. Dus nu moest ik wel. Ik was bloednerveus. Mijn act bestond voornamelijk uit absurde verhalen over arrogante hamsters en werd ontvangen met de lauwe reactie die het verdiende. Maar tussendoor deed ik een grap die me eerder die dag was binnengeschoten: ‘Het is net uit met mijn vriendin. We zijn uit elkaar gegaan vanwege een meningsverschil: ik was van mening dat het aan moest blijven en daar was zij het totaal niet mee eens.’ Een harde lach. Holy shit, dit voelde als pure heroïne (nam ik aan, mijn heroïneverslaving moest toen nog beginnen). Het was pijnlijk en waar en grappig. En opeens was er een lichtpuntje in de misère van die week. Ik had iets gevonden dat van mij was. Waar ik nog niet zo goed in was, maar wat ik wilde leren. Ik realiseerde me: als het mogelijk is ergens onmiddellijk perfect in te zijn, is het waarschijnlijk niet eens het nastreven waard.

 

David Bowie zei ooit dat je altijd iets dieper het water in moet dan je denkt dat je kunt. Als je het gevoel hebt dat je nét niet meer kunt staan, ben je waar je moet zijn. Nou, Bowie was trots op me geweest. Ik kon het strand van Zandvoort niet eens meer zien.

Alex Ploeg (34) is cabaretier en maakt furore met zijn voorstelling Ultimatum. Je ziet hem ook op het podium als lid van Comedytrain en op tv in het satirische programma Klikbeet.

04

VOOR DE ZOVEELSTE KEER

Altijd hetzelfde broodje bestellen in je favoriete restaurant, je lievelingstrui de hele winter lang dragen of een liedje eindeloos op repeat zetten: soms zijn dingen zó fijn dat je ze steeds opnieuw wil doen, horen of meemaken.

Tekst Roos Wolthers Fotografie Julie Hrudova

FAY (19) GING NAAR ALLE ZEVEN EDITIES VAN BEST KEPT SECRET

‘Ik was twaalf toen ik naar de eerste editie van Best Kept Secret ging. Mijn moeder had voor mijn verjaardag een ticket gekocht. Wat me is bijgebleven van die eerste keer is hoe vrij ik me voelde en hoe aardig iedereen tegen mij was. Het jaar daarna stond één van mijn favoriete bands, The 1975, op het festival en sindsdien ga ik vooral voor de muziek. Ieder jaar zit ik in december klaar voor de eerste namen en dan ga ik de line-up helemaal uitpluizen. Het meest magische wat ik heb meegemaakt op Best Kept Secret, was het concert van Bon Iver vorig jaar. Ik moest huilen omdat de muziek zó mooi was. Dat had ik nog nooit gehad.’

SIEM (17) GING IN ACHT MAANDEN TIJD 148 KEER NAAR DE BIOSCOOP

‘In de bioscoop kan ik alles loslaten en de echte wereld even vergeten. Ik ga heel vaak naar dezelfde films. Zo zag ik Aladdin 17 keer en Frozen II 23 keer. De liedjes in die films zijn zo leuk dat ik ze steeds opnieuw wil horen. Gemiddeld zie ik een film ongeveer vijf keer in de bioscoop. Zo mis ik niets: iedere keer dat ik ga, zie ik weer iets nieuws. Alleen Ad Astra zag ik maar één keer: die draaide in 4DX, dus ik zat in een schuddende stoel en kreeg water over me heen, maar ik ben alsnog in slaap gevallen. Toen hoefde ik echt niet nog een keer.’

JOKE (30) IS 15 KEER NAAR EEN CONCERT VAN WENDE GEWEEST

‘Ik zag Wende Snijders voor het eerst op Oerol in 2010. Ik dacht meteen: ‘Wow, dit is gaaf, deze chick ga ik volgen.’ Nu ga ik een paar keer per jaar naar haar shows en luister ik elke dag haar liedjes. Wende zingt ontzettend mooi. Of ze nou fluistert of schreeuwt, ze brult dwars door je heen. Haar muziek is enorm veelzijdig en blijft me ontroeren. Ik heb haar één keer ontmoet, tijdens een signeersessie. Het enige wat ik zei was: ‘Ik vind je echt een topwijf.’ Ze wijdt zich volledig toe aan haar muziek en daar heb ik diep respect voor.’

ARBELA (18) IS ELKE WEEK IN HET STEDELIJK MUSEUM AMSTERDAM

‘Ik was vorig jaar voor het eerst in het Stedelijk. Je kon er toen een dag studeren voor je eindexamens, gewoon aan een tafeltje tussen de schilderijen. Ik was meteen helemaal verliefd op het museum en ben er nu elke week. Lang naar kunstwerken kijken geeft mij veel rust. Het liefst weet ik niet waar het over gaat, ik wil daar zelf achter komen. De first impression zegt niets. Je moet langer naar een kunstwerk kijken, dan ontdek je het verhaal erachter. Zo vond ik Yayoi Kusama’s boot vol dicks afschuwelijk lelijk, tot ik ontdekte waar het over gaat: vrouwen vallen altijd buiten de boot in deze mannenwereld.’

ROOS (30) GAAT AL ACHT JAAR LANG NAAR ALLE EVENTS van cjp

‘Ik gebruikte CJP vooral voor korting, tot ik ontdekte dat CJP ook events organiseert. Nu ga ik naar bijna alle CJP-events. Ik vind musea soms best intimiderend, maar op een CJP-dag worden ze toegankelijk gemaakt. Ik merk bijvoorbeeld dat een rondleiding het extra leuk maakt om naar een expositie te kijken. Op CJP’s filmdagen word ik verrast en zie ik films die ik anders nooit zou zien, maar die wel goed bij mij passen. Ik vertrouw CJP, ik weet dat het op zo’n event sowieso goed zit. Onderhand kent het hele CJP-kantoor mij. Dat vind ik leuk, maar ook een klein beetje gênant.’

05

Iduna Paalman en haar late eerste keren

Lekker late leeuw

Tekst Iduna Paalman Illustratie Loes Faber

Toen ik mijn eerste Disneyfilm keek was ik bijna volwassen. Oké, dat is niet helemaal waar: bij vriendinnetjes, in wachtkamers, bij oma en in het kids spleashure-gedeelte van het zwembad had ik heus weleens een Ariël of een dalmatiër voorbij zien komen. Ik wist dat Bambi een hert was en het Beest een prins. Maar het gebeurde allemaal nooit op mijn eigen bank, in mijn eigen huiskamer.

 

Het laatbloeien zat er sowieso vroeg in. Eerste tand door de lip? Veertien. Eerste zoen? Zestien. Eerste gebroken ledemaat? Nog niet voorgekomen. Mijn jeugd voelde als één grote onrustige aanloop naar alles wat ooit zou gaan gebeuren – maar nu nog niet. Mijn moeder zei: ‘Een televisie? Ga lekker buitenspelen!’ De schoolarts zei: ‘Ongesteld ga je nog dertig jaar worden meid, geen haast.’

 

Het voelde niet fijn, steeds de laatste te zijn die iets meemaakte. FOMO (fear of missing out) is een bekende kwaal onder twintigers en dertigers, maar weinig mensen weten dat het verschijnsel het meest voorkomt bij jonge tieners, die overal aan mee willen doen en klaar voor willen zijn en van al die dingen maar een kwart daadwerkelijk aandurven.

 

Inmiddels had ik op mijn zeventiende een zogenaamd ‘Disney-gat’ ontwikkeld, dat werd problematisch. Klasgenoten dweepten in van jeugdsentiment overstroomde verhalen over Timon en Pumba, ik had geen idee wie dat waren, en toen we op school The circle of life zongen moest ik keer op keer opbiechten dat ik The Lion King nog nooit had gezien.

Er moest iets gebeuren, en zo kwam het dat ik, drie maanden voor mijn achttiende verjaardag, samen met mijn broertje voor het eerst The Lion King keek. Mijn moeder had inmiddels een tv aangeschaft en zat naast ons op de bank. ‘Prachtig,’ zei ze aan het einde van de film met tranen in haar ogen. ‘Fijn dat ik jullie dit toch nog mee kan geven.’

 

‘Beetje laat wel,’ zei mijn broertje.

 

Mijn moeder knuffelde ons en op dat moment besefte ik iets geks: hoe leuk het is om iets te hebben gemist, en het dan te kunnen inhalen. Het plezier van het inhalen, bedacht ik, wordt nogal onderschat.

 

Inmiddels nader ik de dertig en zijn er nog steeds een boel dingen die ik nooit heb gedaan. Mijn haar verven, een muur slopen, een voetbalwedstrijd bijwonen, een trio, een reis buiten Europa, autorijden. En al die dingen gaan vast nog eens gebeuren – wat een rijkdom eigenlijk. Dit verhaal is dus, zonder dat ik wil klinken als oma die met trillende hand haar cognacglas heft op de vluchtigheid van het leven, een pleidooi voor late eerste keren. Alles wat nog niet gebeurd is en waarop we wachten, ligt dus nog in het verschiet. Best een verheugend idee toch?

 

Overigens beluisterde ik laatst een interessant interview met mediawetenschapper Dan Hassler-Forest, waarin hij The Lion King als racistische film besprak. ‘Wat ze in de film the circle of life noemen is eigenlijk gewoon een rangorde met de leeuwen bovenaan de voedselketen en de hyena’s onderaan,’ zei hij. ‘Je leert dat macht en privilege iets is wat vanzelfsprekend en natuurlijk is; iets wat ook nog eens biologisch bepaald wordt. Alleen Simba kan de macht overnemen en houden, want het is kennelijk ook iets wat alleen maar aan sterke mannen toebehoort.’

 

Nog een voordeel van late eerste keren: je hebt geen last van nostalgie als er eens wat jeugdsentiment op de tocht staat.

 

Iduna Paalman (28) schrijft poëzie, proza en toneelteksten. In het najaar van 2019 verscheen bij uitgeverij Querido haar lovend ontvangen poëziedebuut De grom uit de hond halen. Vervolgens werd ze door De Volkskrant uitgeroepen tot literatuurtalent van het jaar.

C is een online uitgave van CJP. Wij van CJP geloven dat iedereen geraakt kan worden door cultuur: of je nu staat te hossen op een festival of zit te janken in de bioscoop. Daarom zetten we ons al vijftig jaar in als hét cultuurplatform om jou iets te laten beleven. Als CJP’er scoor je korting, voorrang en voordeel bij festivals, theaters, bioscopen, musea en nog veel meer culturele instellingen. Tik jij de 30 voorlopig niet aan en heb je nog geen CJP? Je wordt nu al lid voor € 17,50 per jaar! 


Coördinatie: Rick van Veluw
Beeldredactie: Zoë Heijke
Vormgeving: Zeza van den Hoff en Zoë Heijke
Coverfoto: Lin Woldendorp
Medewerkers aan deze editie: Roos Wolthers, Niki Vos, Naomi Noltes, Alex Ploeg, Julie Hrudova, Loes Faber, Iduna Paalman.

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: